Kennisbank

Wat een sweep wél en niet kan vaststellen

Een sweep geeft een methodisch onderbouwd beeld van wat binnen de afgesproken scope en op het moment van onderzoek aanwezig en detecteerbaar is. Daarmee kan worden vastgesteld wat is aangetroffen en onderzocht, maar niet dat ieder denkbaar middel afwezig is of dat een ruimte blijvend ‘schoon’ blijft.

Een sweep legt vast wat op het moment van onderzoek is onderzocht en aangetroffen. Binnen de scope die vooraf wordt vastgesteld op basis van het dreigingsbeeld. Dat biedt een methodisch onderbouwd beeld van de ruimte. Absolute garanties voor wat buiten scope ligt of na het onderzoek verandert biedt dit niet. We adviseren hoe u het restrisico beperkt en de weerbaarheid van de ruimte ook na het onderzoek op niveau houdt.

De vraag achter een opdracht

Organisaties constateren vaak: we gaan ervan uit dat gevoelige, vertrouwelijke informatie dit pand niet verlaat, maar hebben dat nooit vastgesteld. De context verschilt, de onderliggende vraag is veelal dezelfde.

Contractgedreven directie

Op de vraag hoe we zekerstellen dat vertrouwelijke informatie niet wordt geïntercepteerd, hebben we geen antwoord.

Auditgedreven organisatie

We hebben maatregelen, maar we hebben nooit gemeten of ze doen wat we aannemen.

Cyber-focus

We hebben onze cybersecurity op orde, maar we weten niet wat er buiten het netwerk om weglekt.

Wat een onderzoek doet

Voorafgaand aan het onderzoek

Een goed onderzoek begint met het vaststellen van het relevante dreigingsprofiel. Dat stellen we vooraf samen op basis van organisatiekenmerken, de omgeving, de te beschermen belangen en de aard van tegenstander(s). Vanuit dat dreigingsbeeld bepalen we welke aanvalsvectoren relevant zijn en leggen we gezamenlijk de scope van de sweep vast.

Geopende gereedschapskoffer met schroevendraaiers en een spanningzoeker op een vergadertafel
Wat er meegaat bepaalt mede wat er is vast te stellen. Fysieke inspectie vraagt dat apparatuur en inrichting open kunnen.

Daarbij spreken we vooraf af welke locaties, zones, installaties en gebruikssituaties worden onderzocht. Afhankelijk van het dreigingsbeeld kan een volledige sweep onder meer bestaan uit:

  • radiofrequent onderzoek binnen het overeengekomen meetbereik, zoals beschreven op de pagina over EVO/TSCM sweeps;
  • fysieke inspectie van ruimte, meubilair, apparatuur en bereikbare infrastructuur;
  • onderzoek van telefoon-, netwerk-, voedings- en andere geleidende verbindingen;
  • niet-lineaire junctiedetectie van elektronische componenten (halfgeleiders) die niet uitzenden;
  • thermische en optische metingen wanneer het dreigingsbeeld daar aanleiding toe geeft.

Elke onderzoeksmethode heeft een detectiegrens. Bij RF-onderzoek spelen onder meer zendvermogen, afstand, antenne, afscherming, uitzendgedrag en de aanwezige omgevingsruis een rol. Een zender die tijdens de meting niet actief is, produceert op dat moment geen radiosignaal.

Apparatuur die uitstaat, alleen lokaal opneemt of niet uitzendt, kan via fysieke inspectie en niet-lineaire junctie (halfgeleider)detectie worden gevonden. Detectie hangt onder meer af van bereikbaarheid, plaatsing, materiaal, afscherming en de mogelijkheid om legitieme elektronica van een afwijking te onderscheiden. Hierom zetten we een breed scala aan onderzoeksmiddelen in.

Wat het onderzoek oplevert

Een goede onderzoeksrapportage belooft geen absolute zekerheid. Het maakt aantoonbaar wat is onderzocht, wat is aangetroffen en waar de grenzen liggen van wat onderzoeksbaar is.

Het rapport beschrijft welke domeinen zijn onderzocht, zoals geleide emissies, radiofrequente straling, akoestische kanalen en, indien relevant, optische aanvalsvectoren. Per domein leggen we de gehanteerde meetmethodiek, detectiebeperkingen en onderdelen buiten de scope vast.

We maken dit bewust zo expliciet. Absolute zekerheid suggereren waar die technisch niet kan worden onderbouwd, maakt een conclusie alleen maar minder betrouwbaar. Wanneer duidelijk is wat wel en niet is onderzocht, is een rapport controleerbaar en bruikbaar als feitelijke basis voor verantwoording richting opdrachtgevers, auditors of het bevoegd gezag.

Het onderzoeksmoment is onderdeel van de scope

Een sweep wordt uitgevoerd op een vastgelegd moment, tegen een gedocumenteerde uitgangssituatie. Bij voorkeur wordt de ruimte tijdens het onderzoek beheerst om onverwachte toegang en wijzigingen te voorkomen.

De conclusie geldt voor de onderzochte situatie op dat moment. Onderhoud, verbouwingen, nieuwe bekabeling of apparatuur, ongecontroleerde toegang of een concreet incident kunnen die situatie wijzigen. In zulke gevallen kan aanvullend of hernieuwd onderzoek nodig zijn.

Wanneer herhaalonderzoek passend is

Er bestaat geen zinvol standaardinterval dat op iedere ruimte of organisatie toepasbaar is. De noodzaak van herhaalonderzoek volgt uit het dreigingsbeeld, het gebruik van de ruimte en de mate waarin toegang, wijzigingen en werkzaamheden worden beheerst. Aanleidingen voor aanvullend of hernieuwd onderzoek zijn bijvoorbeeld:

  • ongecontroleerde of onverwachte toegang tot de ruimte;
  • bouw-, onderhouds- of installatiewerkzaamheden;
  • nieuwe audiovisuele apparatuur, netwerkcomponenten of bekabeling;
  • een concrete aanwijzing, een (beveiligings)incident of wijziging in het dreigingsbeeld;
  • gebruik van de ruimte voor gesprekken met een hoge vertrouwelijkheid of impact.

Voor ruimtes waarin structureel gevoelige gesprekken plaatsvinden, kan een periodieke onderzoeksstrategie passend zijn. Die kan bestaan uit een gedocumenteerde nulmeting als referentiesituatie, gerichte controles na relevante wijzigingen en herhaalonderzoek op basis van risico en dreigingsbeeld.

Veelgestelde vragen

Kan een sweep aantonen dat er niets aanwezig is?
Nee. Een onderzoek stelt vast wat er binnen de afgesproken scope en tot de gehanteerde detectiegrens is aangetroffen. Het bewijst niet dat elk denkbaar middel afwezig is. Een rapport dat die uitspraak wél doet, belooft iets dat met meten niet te onderbouwen is.
Hoe vaak is herhaling zinvol?
Er is geen standaardinterval dat voor iedereen klopt. Herhaling hangt samen met het gebruik van de ruimte, met wijzigingen aan inrichting en apparatuur, en met een concrete aanleiding zoals een overname, een geschil of een vermoeden van een lek.
Hoe lang blijft het resultaat geldig?
Strikt genomen tot het moment dat het onderzoek eindigt. Daarna is de uitkomst een onderbouwde aanname die sterker of zwakker wordt naarmate de toegang tot de ruimte beter of slechter is beheerst. Daarom staat in het rapport ook wat er nodig is om die aanname houdbaar te houden.
Heeft een verbouwing of herinrichting impact?
Ja. Werkzaamheden brengen (legitiem) allerlei mensen in de ruimte en creëren mogelijkheden om heimelijk apparatuur te plaatsen. Dat is een van de duidelijkste aanleidingen voor herhaalonderzoek.

Lees meer over onze EVO/TSCM sweeps.

Geschreven door · Gepubliceerd , herzien