Kennisbank

Zonering en beveiligde zones onder VIRBI 2025

VIRBI 2025 koppelt de plaats waar bijzondere informatie structureel wordt verwerkt aan het rubriceringsniveau. Departementaal VERTROUWELIJK hoort in minimaal Zone 2 en mag incidenteel in Zone 1; alles wat staatsgeheim is, hoort in minimaal een extra beveiligd werkgebied.

Daarnaast stelt het besluit per rubricering een reeks minimumeisen aan toegang, detectie, bezoek, afluisterbescherming, TEMPEST, technisch onderzoek, opbergmiddelen, sleutelbeheer, bekabeling en onderhoud. Een ABRO-compartiment vervult voor een opdrachtnemer een vergelijkbare functie, maar is een ander begrip in een ander stelsel.

Wat VIRBI 2025 is en voor wie het geldt

Het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst bijzondere informatie 2025, kortweg VIRBI 2025, is vastgesteld op 21 augustus 2025 en gepubliceerd in de Staatscourant van 8 september 2025. Het treedt in werking de dag daarna en trekt VIRBI 2013 in, zodat 9 september 2025 de eerste dag van het nieuwe besluit is. VIRBI 2025, artikelen 12 en 13

Het geldt voor de Rijksdienst, en die reikwijdte staat meteen in de eerste inhoudelijke bepaling. VIRBI 2025, artikel 2, eerste lid

Er gold een overgangsregeling van zes maanden voor bestaande gerubriceerde informatie die volledig aan de maatregelen uit VIRBI 2013 voldeed, voor zover de bijlage bij het nieuwe besluit daar aanvullende eisen bovenop legde. Die periode is inmiddels verstreken. VIRBI 2025, artikel 11

De vier rubriceringen

Het besluit onderscheidt vier niveaus, met een eigen schadecriterium per niveau. De officiƫle schrijfwijze en afkortingen staan in artikel 4, tweede lid. Ze wijken af van wat in de praktijk wordt gebruikt, en het loont om ze in een dossier letterlijk over te nemen.

  • Staatsgeheim ZEER GEHEIM (Stg.ZG) als kennisname door niet-geautoriseerden zeer ernstige schade kan toebrengen aan een van de vitale belangen van Nederland en de Nederlandse staat, of zijn bondgenoten.
  • Staatsgeheim GEHEIM (Stg.G) bij ernstige schade aan diezelfde belangen.
  • Staatsgeheim CONFIDENTIEEL (Stg.C) bij schade aan diezelfde belangen.
  • Departementaal VERTROUWELIJK (Dep.V) bij schade aan de belangen van één of meer ministeries of bondgenoten van de Nederlandse staat.

Het verschil tussen de drie staatsgeheimniveaus zit dus niet in het soort belang maar in de ernst van de schade; Dep.V wijkt af doordat het over departementale belangen gaat in plaats van vitale. VIRBI 2025, artikel 4, tweede lid

Wat VIRBI over zonering zegt, en wat het niet zegt

De zoneringsregel staat in tabel 5 van de bijlage en bestaat uit twee regels. Dep.V-informatie wordt structureel verwerkt, behandeld en besproken in minimaal Zone 2 en incidenteel in Zone 1. Bijzondere informatie, dus het staatsgeheime deel, wordt structureel verwerkt, behandeld en besproken in ten minste een extra beveiligd werkgebied.

Het besluit voegt daar zelf de belangrijkste praktische consequentie aan toe: structureel verwerken van Dep.V-informatie in een Zone 1 is een afwijking waarvoor een exceptie nodig is. Een organisatiegebonden aanscherping is toegestaan, en voor thuiswerk bepaalt het departementaal beleid wat is toegestaan. Onder “besproken” verstaat het besluit elk overleg waarin bijzondere informatie aan de orde komt. VIRBI 2025, bijlage, tabel 5

En dan de bepaling die het meeste misverstand oplevert. VIRBI definieert Zone 1, Zone 2 en het extra beveiligd werkgebied niet zelf. De tabel verwijst voor alle drie naar het Normenkader Beveiliging Rijkskantoren (NkBR), telkens met de toevoeging “of een als gelijkwaardig beschouwde ruimte”. Wie de zonedefinities in het besluit zoekt, vindt ze daar niet.

Een voetnoot bij die verwijzing merkt bovendien op dat het NkBR niet op alle gebouwen van de Rijksoverheid van toepassing is. Dat verklaart waarom de gelijkwaardigheidsclausule er staat, en het betekent dat de zonebenaming zonder het onderliggende normenkader of een onderbouwd equivalent geen zelfstandige inhoud heeft. Het normenkader zelf is geen onderdeel van de publicatie.

De minimumeisen per rubricering

Tabel 5.1 van de bijlage bevat de minimale eisen voor fysieke beveiliging van locaties en gebouwen, gerangschikt per rubricering. Hieronder de rijen C tot en met X, met de letters uit het besluit zodat elke regel terug te zoeken is. Een bolletje betekent dat het besluit de maatregel op dat niveau verplicht stelt; bij rij C verwijst het besluit voor Dep.V naar de BIO in plaats van de maatregel zelf voor te schrijven.

RijMaatregelDep.VStg.CStg.GStg.ZG
COngeautoriseerde toegang tot locaties en gebouwen en pogingen daartoe worden gedetecteerdBIO–––
DAls C, en tijdig ingrijpen is mogelijk, ook buiten kantooruren–•••
EBezoekers worden geregistreerd••••
FBijzondere informatie wordt zoveel mogelijk geconcentreerd••••
GTegengaan van afluisteren, ook van gesproken informatie, en van zicht op en reflectie van informatie••••
HDe verantwoordelijke medewerker voorkomt kennisname door niet-geautoriseerden••••
ITEMPEST-maatregelen conform VBV 32000–•••
JTSCM/EVO en indien nodig een geluidsdempingsmeting vóór ingebruikname–•••
KDatzelfde onderzoek periodiek en bij bouwkundige aanpassing of toevoeging van middelen–•••
LBezoekers die toegang kunnen hebben tot bijzondere informatie worden geregistreerd–•••
MNiet-geautoriseerde personen worden begeleid–•••
NVoorkomen wordt dat bezoekers kennisnemen van informatie waartoe zij niet zijn geautoriseerd–•••
OPersoonlijke elektronica blijft buiten de ruimte–•••
PBij het verlaten van de werkplek gaat informatie in een goedgekeurd bergmiddel••••
QDe uitgifte van sleutels wordt geregistreerd••••
RNiet in gebruik zijnde sleutels worden veilig opgeborgen••••
SEr worden gecertificeerde sleutels gebruikt–•••
TNetwerkapparatuur en bekabeling worden fysiek beschermd op het niveau van de onvercijferde informatie••••
U–XExterne reparatie volgens procedures van de BVA; reparatie op locatie tenzij de informatie met goedgekeurde middelen is verwijderd; onderhoudspersoneel met passende VGB; extern personeel onder begeleidingOplopend per niveau; X geldt alleen op Stg.ZG

Twee dingen vallen op bij het lezen van deze tabel. De eerste is de sprong tussen Dep.V en Stg.C: negen van deze maatregelen komen pas op staatsgeheimniveau in beeld, waaronder detectie buiten kantooruren, het weren van persoonlijke elektronica, TEMPEST en het technisch onderzoek. De tweede is dat de eisen die op alle vier de niveaus gelden bijna allemaal organisatorisch zijn: bezoek registreren, informatie concentreren, opbergen, sleutels bijhouden. Voor die vier levert een verbouwing niets op; ze worden elke dag opnieuw waargemaakt of niet.

De bijlage is verder risicogebaseerd, maar deze tabellen leggen een minimumniveau vast. Wie daarvan afwijkt, moet dat in de risicoanalyse onderbouwen en met mitigerende maatregelen opvangen.

De rijen J en K, over het technisch onderzoek bij ingebruikname en bij verandering, zijn afzonderlijk uitgewerkt bij het Nationaal TSCM/EVO Beleidsadvies. Rij I over TEMPEST is uitgewerkt bij TEMPEST en compromitterende straling.

Wie beslist en wie adviseert

De verantwoordelijkheid ligt in de lijn. De secretaris-generaal stelt het departementale beveiligingsbeleid vast en dat beleid beschrijft hoe voorafgaande accreditatie voor het verwerken van bijzondere informatie wordt verleend. De beveiligingsambtenaar heeft de departementale coördinerende en toezichthoudende rol, waaronder de samenhangende aanpak voor gerubriceerde informatie en het onderzoek na compromittering. VIRBI 2025, artikel 3

Voor specialistische vragen loopt de weg naar de Unit Weerbaarheid van de AIVD, die de verbindingsbeveiligingsvoorschriften voorschrijft en verstrekt. Voor TEMPEST verwijst de tabel in een voetnoot naar de Nationale TEMPEST Autoriteit. Het NBIV komt pas in beeld zodra het om een Bijzondere Opdracht gaat; dat is de industrieveiligheidskant en niet de departementale lijn.

Wat er gebeurt als de informatie de Rijksdienst verlaat

De conclusie dat VIRBI dan niet meer aan de orde is, wordt vaak te snel getrokken. Het besluit bepaalt het tegenovergestelde: bij het buiten de Rijksdienst brengen van bijzondere informatie, anders dan op grond van een wettelijke openbaarmakingsplicht, blijven de eisen aan de beveiliging in het besluit en het toezicht daarop onverkort van kracht. VIRBI 2025, artikel 7, eerste lid

De juiste lezing is dus tweeledig. Het besluit richt zich tot de Rijksdienst en legt geen zelfstandige verplichting op aan een bedrijf. Maar de beveiligingseisen reizen met de informatie mee, en het is aan de overheidspartij om dat te borgen. In een inkooptraject gebeurt dat via het contract, en waar sprake is van een Bijzondere Opdracht via de ABRO.

Voor informatie die krachtens een verdrag of internationale overeenkomst is verkregen geldt bovendien dat doorgifte aan externe partijen uitsluitend na voorafgaande toestemming van het land of de organisatie van herkomst plaatsvindt. VIRBI 2025, artikel 7, tweede lid

Een zone en een compartiment zijn niet hetzelfde

Beide stelsels beschermen informatie door een gecontroleerde fysieke omgeving, met toegangsregels, vertraging en detectie, akoestische en visuele afscherming en specialistische elektronische maatregelen. De overeenkomst is functioneel. De begrippen zijn het niet.

VraagVIRBI 2025ABRO 2026
Gericht totDe RijksdienstDe opdrachtnemer bij een Bijzondere Opdracht
SleutelbegripRubricering: Dep.V tot en met Stg.ZGTe Beschermen Belang: TBB 4 tot en met TBB 1, dat ook niet-gerubriceerd kan zijn
RuimtebegripZone 1, Zone 2 en extra beveiligd werkgebied, ontleend aan het NkBRCompartiment
Wie ziet toeDe secretaris-generaal en de beveiligingsambtenaar, binnen de departementale lijnDe opdrachtgever, met onderzoek en afstemming door het NBIV
TEMPESTTabel 5.1 rij I, vanaf Stg.CEis 3.3.32 op TBB 3; eis 3.3.33, de zoneringsmeting, op TBB 2 en TBB 1
TSCM/EVOTabel 5.1 rijen J en K, vanaf Stg.CEis 3.3.31, op TBB 2 en TBB 1
Wisselen de termen uit?Nee. Geen van beide regelingen verklaart een zone en een compartiment aan elkaar gelijk.

Dat heeft praktische gevolgen. Een leverancier die aanbiedt “een Zone 2 te bouwen” voor een ABRO-opdracht gebruikt een term uit het verkeerde stelsel. Omgekeerd zegt een compartiment op TBB 3 niets over de vraag of een ruimte binnen de Rijksdienst als extra beveiligd werkgebied kan worden aangemerkt. Hoe een compartiment in de praktijk wordt gebruikt en beheerd staat beschreven bij TBB-ruimtes; de verhouding tussen de ABRO en de Cyberbeveiligingswet staat beschreven bij wat de ABRO en Cbw van een organisatie vragen.

De internationale laag

Informatie die krachtens een verdrag of internationale overeenkomst is verkregen behoudt de toegekende rubricering en wordt beveiligd volgens het overeenkomstige nationale beveiligingsniveau. Bestaan er uit dat verdrag afwijkende bepalingen, dan worden die toegepast. VIRBI 2025, artikel 2, derde lid

Dat is een voorrangsregel, geen vertaaltabel. De NAVO en de EU hanteren eigen indelingen van beveiligde ruimtes en eigen accreditatieketens, en de TEMPEST-zonering uit de NAVO-documenten is weer iets anders dan de toegangszones waar VIRBI naar verwijst, ook al komt in beide het woord zone voor. Een gelijkstelling tussen een VIRBI-zone en een internationale ruimtecategorie volgt uit geen van beide stelsels, en is in openbare bronnen ook niet te onderbouwen.

Wat openbaar is en wat u moet opvragen

  • Openbaar. VIRBI 2025 staat integraal in de Staatscourant en op wetten.overheid.nl, inclusief de bijlage met tabel 5 en tabel 5.1. De ABRO 2026 is eveneens integraal gepubliceerd.
  • Op aanvraag. De verbindingsbeveiligingsvoorschriften, waaronder VBV 32000 voor TEMPEST, zijn bij de Unit Weerbaarheid op te vragen. Bij een Bijzondere Opdracht lopen de instructies via het NBIV.
  • Niet vastgesteld in deze bronnen. Het NkBR zelf, met de definities achter Zone 1, Zone 2 en het extra beveiligd werkgebied, is niet als openbare primaire bron aangetroffen. Wie die definities nodig heeft, komt uit bij de eigen beveiligingsambtenaar of de beheerder van het normenkader.

Dat laatste is voor een inkoop- of ontwerpdossier geen detail. Een eis die verwijst naar “Zone 2 conform het NkBR” is pas toetsbaar wanneer vaststaat welke versie van dat normenkader wordt bedoeld, of, bij een als gelijkwaardig beschouwde ruimte, waarop die gelijkwaardigheid is gebaseerd en wie dat heeft vastgesteld.

Bronnen

  1. Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst bijzondere informatie 2025 (VIRBI 2025), geldend vanaf 9 september 2025. De primaire bron voor deze pagina: artikel 2 over reikwijdte en internationale informatie, artikel 3 over het beveiligingsbeleid, artikel 4 over de rubriceringen, artikel 7 over informatie buiten de Rijksdienst, de artikelen 11 tot en met 13 over overgangsrecht, intrekking en inwerkingtreding, en de bijlage met tabel 5 en tabel 5.1.
  2. Staatscourant 2025, 30222, 8 september 2025. De publicatie waarmee VIRBI 2025 is bekendgemaakt; bron voor de vaststellings- en publicatiedatum.
  3. Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten 2026 (ABRO 2026), met de publicatie in de Staatscourant waarin de toepasselijkheid per TBB-niveau leesbaar is. Bron voor het compartimentbegrip, de TBB-indeling en de eisen 3.3.31 tot en met 3.3.33.
  4. Rijksoverheid. “Beveiligingseisen bij overheidsopdrachten met risico’s voor nationale veiligheid (ABRO).” Bron voor de gefaseerde invoering en de rol van het NBIV.
  5. AIVD. “Nationale TEMPEST Autoriteit (NTA).” Bron voor de instantie waarnaar de voetnoot bij rij I verwijst.

Geraadpleegd op 30 september 2026. Het Normenkader Beveiliging Rijkskantoren, waarnaar tabel 5 verwijst, is niet als openbare primaire bron aangetroffen; deze pagina geeft daarom alleen weer wat VIRBI zelf over de zones vastlegt. Voor de toepassing in een concreet geval geldt de opgave van de eigen beveiligingsambtenaar, het NBIV of de opdrachtgever.

Veelgestelde vragen

Mag Departementaal VERTROUWELIJKE informatie in een Zone 1 worden verwerkt?

Alleen incidenteel. Tabel 5 schrijft voor dat Dep.V-informatie structureel wordt verwerkt, behandeld en besproken in minimaal Zone 2 en incidenteel in Zone 1. Het besluit voegt daaraan toe dat structureel gebruik van Zone 1 een afwijking is waarvoor een exceptie nodig is.

Waar staan de definities van Zone 1, Zone 2 en het extra beveiligd werkgebied?

Niet in VIRBI. De tabel verwijst voor alle drie naar het Normenkader Beveiliging Rijkskantoren, of naar een als gelijkwaardig beschouwde ruimte. Een voetnoot vermeldt dat dat normenkader niet op alle gebouwen van de Rijksoverheid van toepassing is.

Schrijft VIRBI voor elke Dep.V-werkruimte een EVO voor?

Niet via tabel 5.1. De rijen J en K zijn verplicht op Stg.C, Stg.G en Stg.ZG en leeg bij Dep.V. Op Dep.V-niveau gelden de overige maatregelen uit de tabel en de risicogebaseerde bepalingen van de bijlage.

Geldt VIRBI 2025 voor een bedrijf dat voor de Rijksoverheid werkt?

Het besluit richt zich tot de Rijksdienst. Wel bepaalt artikel 7 dat de beveiligingseisen en het toezicht daarop onverkort van kracht blijven wanneer bijzondere informatie buiten de Rijksdienst wordt gebracht. Bij een Bijzondere Opdracht wordt dat via de ABRO en het NBIV in de opdracht vertaald.

Is een ABRO-compartiment hetzelfde als een VIRBI-zone?

Nee. Het zijn begrippen uit twee stelsels met een andere adressaat, een andere sleutel (rubricering tegenover Te Beschermen Belang) en een andere toezichtslijn. Geen van beide regelingen verklaart ze aan elkaar gelijk.

Lees meer over onze advies over beveiligde ruimtes.

Geschreven door · Gepubliceerd